Herinnering aan Henk Kornegoor

Daarvoor moeten we een tijd terug in de historie om bij deze memorabele persoon uit te komen. Er lopen er niet meer zoveel op de club rond die hun deze persoon kunnen herinneren: Jan Haast, Frans van der Burght, Ad Swinkels, Peter Stokkermans, maar het rijtje is kort. Maar ik moest gisteren tijdens de wedstrijd tegen WLC-B ineens aan hem denken en wilde niet aan dat feit voorbij gaan.

Henk was een goede schaker en een vriendelijk personage. Hij was ook fanatiek in het schaken. Als echter de jaren begonnen te tellen, kwamen ook de fouten, maar vooral de zetten die hij niet zag aankomen. Als hij dan zo’n zet tegen kreeg, ging zijn kunstgebit knarsen en een zacht “sterf” was dan te horen: je wist dan dat het punt binnen was. Tijdens een analyse na de partij heeft hij één keer gezegd, dat hij het “een gemeen plan” vond wat ik had uitgevoerd en die opmerking dacht ik gisteren aan.

Een gemeen plan had ik ten uitvoer gebracht tegen WLC, want waarom speelde ik zelf niet mee ? Waarom hadden wij niet de sterkste opstelling op papier er tegenover gezet ? Simpel, ik denk niet, dat het goed is om te promoveren. Het verschil tussen deze klasse en de hoofdklasse is groot: hier zijn wij de sterkste op papier, daar de zwakste. De Raadsheer ondervind dat dit jaar: 5 keer verlies, niemand scoort meer dan 50% met één iemand 0 uit 5: dat moet de pret wel drukken. Dus daarom dit gemene plan, maar zou het team daaraan mee werken ?

Xander op 4 was als eerste klaar. En ik moet het helaas zeggen: hij begint een beetje een remiseschuiver te worden: zowel in de competitie intern als extern rijgt hij de remises aan elkaar. Zijn tegenstander speelde Frans en na ruilen komt er meestal een remise op het bord. Xander speelde c4 en dat gaf ruimte op het bord. Zoveel dat hij een stuk kon winnen: helaas zag hij het niet. Hij viel goed aan op de damevleugel, maar de tegenstander gaf geen krimp en toen Xander geen opening meer zag, werd de vredespijp gerookt.

Daarna was Ivo aan de beurt om de stukken in de beginstelling te zetten. Na een Italiaan viel hij hard aan op de damevleugel, maar kon geen gat maken. Daarna probeerde hij het in het centrum, maar dat lukte ook niet. Zijn pionnen waren nu wel ver opgerukt en bijna verloor hij er één. Bijna en dus was hier het halfje ook een feit.

Mark op bord 1 kreeg een gambiet tegen zijn Caro-Cann op het bord. Al vroeg in de partij waren er dreigingen en combinaties op het bord en nadat Mark eruit was gekomen, was de stelling messcherp: iedere fout was fataal. Zo bleef het een hele tijd en dus kwamen beide heren in tijdnood. Het bleek, dat Mark net iets te weinig tempi had en dus aan het kortste eind trok.

Tenslotte Jan-Pieter. Die heeft er een handje van tegenwoordig om zijn dame weg te geven: de vorige keer tegen de Baronie was dit het geval en deze keer herhaalde hij dit huzarenstukje. Na zijn bekende a6 opening ging zijn dame op avontuur en snoepte de a- en b-pion. Om vervolgens ingesloten te worden en verloren te gaan tegen een toren. Maar de 2 verbonden pionnen geven compensatie en na nog een offering van een stuk, komt er eentje aan de overkant. Nu staat Jan-Pieter een toren en 2 pionnen tegen paard en loper voor en rent alweer met die pionnen naar de overkant. De tegenstander lijkt de pionnen te stoppen, maar wordt dan overmoedig en denkt een pion te winnen: en hij verliest een stuk en geeft op.

Dus werd het een 2-2 en dus heeft het gemene plan niet helemaal gewerkt, maar wel een stukje. Het is nu kijken of de Drie Torens de laatste wedstrijd wint: als dat niet is, kunnen we nog kampioen worden: hiep hiep hoera ?!