DSC A - HSC A

Als kersverse teamleider van het vlaggenschip van de avondcompetitie werd mij al snel duidelijk dat de verantwoordelijkheden verder rijken dan de gunstige arbeidsvoorwaarden die Eddy me deed voorspiegelen bij de sollicitatieprocedure. Er werd toch eigenlijk wel verwacht dat ik iedereen welkom zou heten, maar dit heb ik nog maar even aan Eddy over gelaten, omdat ik anders mezelf de beker uit had moeten reiken, en dit wat ongemakkelijk zou zijn... Maarten kwam naar me toe met de mededeling dat er toch ook wel verwacht wordt dat er een goede peptalk gegeven wordt aan het begin van de ronde.

En zo geschiede het. Ik had het team bij elkaar, en bekeek de strategische mogelijkheden die haalbaar waren. De insteek zou worden dat Maarten de tegenstander weg zou mogen laten komen met remise, waarna de overige borden de punten zouden pakken. Ik had mezelf strategisch op bord 3 geplaatst (eigenlijk omdat ik nog niet helemaal lekker was na herstel van een griepje), zodat bij het uitreiken van de beker duidelijk zou worden dat DSC nog 2 spelers heeft die beter zijn dan de clubkampioen! Als dat ze niet onzeker maakt, dan weet ik het niet meer. 

Mark, als enige speler een bord lager, werd daardoor duidelijk onderschat. Zijn tegenstander dacht eerst een pion te winnen en na Marks stukoffer een loper voor te staan. De aanval die erop volgde was van ongeëvenaard niveau, en de zwaktes in de zwarte stelling werden achter elkaar blootgelegd. Het matbeeld dat volgde durf ik (zonder alle partijen in de hele club gezien te hebben) als mooiste van de avond te bestempelen. 

De Helmondenaren waren wat overrompeld, waardoor Maarten ervoor koos om op dat moment strategisch remise aan te bieden, precies volgens plan. De tegenstander zag in de gelijk ogende stelling geen winst, en ging akkoord om zo zijn team van de nullijn af te halen. 

Joost was op bord 2 ondertussen bezig met solide positiespel om een steeds iets groter voordeel te behalen. Toen zijn jonge tegenstander ervoor koos om een pionnenstorm op de koningsvleugel te beginnen (met g5 en h6), liet Joost zien dat een paardoffer (Pf3xg5) voldoende was om een doorslaande aanval in te zetten. De coördinatie van de witten stukken verpletterden de zwarte stelling. 

Op bord 3 had mij tegenstander zich ogenschijnlijk voorbereid, doordat hij na 1.e4 a6, 2.a4! speelde. Geen b5 meer dus, en over op een verwisselde Siciliaan met 2 ... c5. Enfin, Ik offerde een pion op g4, waarna de g-lijn open kwam, en de koningsaanval ingezet kon worden. Met vrijwel alle stukken op de koningsvleugel gericht werd het voor wit lastig om de juiste verdedigingszetten te vinden. Uiteindelijk viel de stelling uiteen. 

 

Zo was de 3,5-0,5 binnen, en kan de eerste ronde een succes genoemd worden.