In 1989 wordt de eerste (ex-)junior Peter Horsten als vijfde man aan het bestuur toegevoegd. Zijn werk voor PR en jeugd zal hij na een jaar vanwege studieperikelen er aan moeten geven. Zijn werk als jeugdige in een ouder bestuur wordt door Hans Jacobs (jeugd), Seger Breugelmans (PR) en Adri Hartsuiker (secretaris/wedstrijdleider) voortgezet. Dit jonge trio zal, bijgestaan door enkele senioren die de jeugdige geestdrift proberen te sturen richting succesvolle initiatieven, de omslag maken.

Een groots jeugdtoernooi, met scholen uit Tilburg en omstreken, zal begin jaren 90 tot zes maal toe worden georganiseerd, tot een recorddeelname van 152 kinderen aan toe. Wanneer dit toernooi vanwege afnemende belangstelling gedoemd is te verdwijnen, komt er het kampioenschap voor Dongense basisscholen voor in de plaats, dat in december 1998 voor de vijfde opeenvolgende maal wordt gespeeld. Met een snelschaaktoernooi neemt DSC deel in het GrandPrix circuit van de NoordBrabantse SchaakBond. Gezien de benodigde middelen, afgezet tegen de belangstelling uit Dongen en de publiciteit, wordt het toernooi in 1998 van de kalender gehaald.

Een tweevoudige verhuizing zal DSC via een ruim jaar in Café Neuf uiteindelijk in 't Schouw doen belanden, waar de senioren hun thuishonk hebben. De jeugdafdeling speelt nu op een andere lokatie, in De Nieuwe poort.

Deze jeugdafdeling groeit in zijn jongste jaren tot een niveau van 25 spelers. Met de jonge kern van lesgevers te weten Ruben in 't Groen, Joris Dresen, Adri Hartsuiker, Seger Breugelmans, Hans Jacobs en wat later Erwin Cloosterman en Maarten v. d. Burght wordt de jeugd nog steeds opgeleid in de methode withuis, wat inder andere een talent van de nieuwste generatie voortbrengt, nl Gijs Damen. Zijn deelnames aan het Brabants Kampioenschap voor jeugd worden gevolgd door die van Marieke Nieuwenhuis en Lars Vereggen van de nieuwste lichting junioren, welke vanaf september 1998 bij de senioren spelen. De jonge lesgevers worden in het begin van dit seizoen met Rene Jumelet en Jan Haast van enkele 'echte' senioren voorzien, wat de rust in de groep vergroot.

Maarten Damen, Mark Maas, Marieke Nieuwenhuis en Lars Vereggen zijn de eerste junioren welke nu weer 'en groupe' richting de senioren kunnen, zij zullen spoedig gevolgd worden door anderen, vanaf het komende seizoen.

In de relatief korte tijd dat Remko bij de senioren van DSC heeft meegespeeld, heeft hij op schaakniveau bijzonder goed gescoord. Vanaf het jeugdtoernooi in 's Hertogenbosch in 1989, waar hij met broer Maarten, Paul Bogaers en Seger Breugelmans vanuit het niets Dongen op de kaart zet, door met een team derde te worden tussen de landelijke top, heeft Remko in zijn juniorentijd bij DSC in hoog tempo een schaakniveau bereikt dat hem noopte tot een vertrek richting D4 en later landskampioen Panfox in Breda. Een Brabants Kampioenschap bij de jeugd t/m 16 jaar, het Open Nederlands Kampioenschap jeugd t/m 20 jaar, Brabants snelschaakkampioen t/m 20, Brabants kampioen bij de senioren. een grote rij titels en toernooien waar hij bovenin eindigde. Bij Panfox heeft Remko meegespeeld (invalbeurt) in de Europacup, in het hoogste team gespeeld in de Landelijke Meesterklasse, een prestatie die hij in België ook heeft behaald bij KGSRL (Ruy Lopez te Gent)

Zijn deelname aan de halve finale van het Nederlands Kampioenschap en het spelen in bekerteam van Panfoz (samen met de simultaangever bij het 75 jarig jubileum, Loek van Wely) verdienen het ook om genoemd te worden.

De tweede helft van de jaren 80 zal er een grote groep junioren de vrijdagavond bevolken. De echte toppers zijn nog altijd Ton van Kuyk, Huub Leemans, Kees Verkooyen en Jac Heerkens, maar daarachter staan onder meer Mark Peeters, Ruben in 't Groen, Adri Hartsuiker, Hans Jacobs en Remko v.d. Burght. Zij zijn de eerste junioren die het tot de top drie van DSC zullen schoppen. Van de senioren zijn Adri Adamwicz, Alex Blijlevens, Frans v.d. Brught en Ad Swinkels als oud- en nieuw- gedienden regelmatig bovenin de ranglijst te vinden.

Extern zal jarenlang een mix van jong en oud de twee zaterdag-achttallen bevolken, waarbij de bovengenoemde junioren door grote niveauschommelingen lang niet altijd in het eerste team te vinden zijn. Het ledental van DSC neemt een lucht, tot het halverwege 1988 op maar liefst 37 uitkomt. Het grote aantal junioren hierin heeft ook een keerzijde. Als de studietijd aangebroken is, zien we vele spelers niet meer terugkeren.

De laatste jaren in deze periode lijkt de club wat in slaap te vallen. Enkele evenementen als het Kerstkalkoenentoernooi worden wat minder bezocht en het Open Dongens Kampioenschap beleeft zijn voorlopig laatste uitvoerin in mei 1991.

De junioren, intussen wat volwassener geworden, zullen in het begin van de jaren 90 deze tendens omdraaien.

Een speciaal woord wordt meestal gewijd aan degenen die het verdienen. Als we iemand uit de geschiedenis van de vereniging als Mister DSC mogen noemen dan is het Jac wel. Na zijn verhuizing naar Dongen begin jaren 70 zal hij zich binnen kortetijd verdienstelijk maken voor DSC. Met zijn optreden voor het 50-jarig jubilieum in 1974 is hij al te kenmerken als iemand die met een hart vol schaakliefde voor de club bezig is, die er veel tijd in steekt en die zich als voorzitter door het echte 'trekken van de kar' bij velen geliefd maakt. Zijn ambitie, zijn drift om DSC naar een hoger plan te tillen wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen, al valt dit zeker ruimschoots weg tegen de vele zaken welke hij vorm heeft gegeven (en indirect nog geeft). De jeugd afdeling is er op lange termijn een goed voorbeeld van. De vele evenementen, het meehelpen aan het clubblad, de vele jaren dat hij een taak op zich heeft genomen, waaronder de 7 jaar voorzitterschap, dat alles maakt dat Jac op zoveel punten in de geschiedenis van DSC vanaf 1972 zichtbaar is. Zijn Lidmaatschap van Verdienste, dat hem pas in augustus 1992 wordt toegekend, is dan ook vanzelfsprekend.

Waarna het snel naar 0-1 ging.

Met het begin van de jaren 80 wordt het belang van de jeugdafdeling in de schaakclub duidelijker en duidelijker. Het vijfjarig bestaan wordt met een simultaan door Ton van Kuyk en Toine Verkooyen gevierd, er is een scholenkampioenschap, een proefles op de zondagmorgen, en ... de schaakcomputer doet zijn intrede.

De senioren blijven op de dertig man zitten. ondanks het vertrek van toppers als Ad Jansen en Toine Verkooyen blijft DSC, nu in de tweede klasse, het aardig doen in de regio. Het tweede team blijft ook nog steeds meedraaien, zij het een stukje lager dan gehoopt.

In november 1981 komen dankzij de Rabobank de grootmeesters Lajos Portisch en Gennadi Sosonko naar Dongen voor een simultaan.
In 1981 zal Jac Heerkens de voorzitterhamer overdragen, maar hij blijft van vitaal belang voor de club.
In maart 1982 zal DSC na jaren in een geweldig clubhuis te hebben vertoefd, noodgedwongen moet omzien naar een nieuwe speelruimte. Na een brand blijft van het Kartingcentrum niet veel meer over dan enkele zwartgebakerde muren. Een geluk voor de club is dat via de KNSB het materiaal goed is verzekerd. Een duurzame aankoop van nieuw materiaal wordt gedaan en is vandaag de dag nog grotendeels in gebruik.

Het nieuwe onderkomen is de Cammeleur, waar DSC een speelruimte treft waar het als verwende club even aan moet wennen, waar het goed toeven is, en waar ze eind jaren 80 opnieuw voornamelijk grootscheepse jeugdactiviteiten van zich laten spreken.

Na de geslaagde jubileumviering zal DSC niet meer hetzelfde zijn. Het altijddurende verhaal van vertrekkende en komende leden zal ook na een jubileum opgeld doen. Met Aad Barnhoorn als secretaris-penningmeester en Jac Heerkens als voorzitter treed een periode aan waarin wordt gepoogd om DSC in Dongen bekender te maken en te houden en waarin de schaakactiviteiten voor een gemeente als Dongen groot zijn en succesvol blijken. Het Kerstkalkoenentoernooi (vanaf december 1974), het Open Dongens Kampioenschap (vanaf 1974) en natuurlijk vanaf maart 1975 een jeugdafdeling.

Met het hekkenruimen bij de wielerronde van Dongen zal jarenlang een speciale openingsavond bekostigd worden en een bezoek aan Gent (met wedstrijd tegen Ruy Lopez) en een voordracht van Hans Bouwmeester lijken in die tijd eerder regel dan uitzondering. Ook zal er op de dinsdag avond een recreatie-afdeling worden gestart.

De jeugdafdeling wordt vanaf het begin goed bezocht. Al snel wordt een vast aantal van circa 25 jeugdige spelers gehaald, die via de methode Withuis ('Jeugdschaak') in het schaakspel worden onderwezen, in een competitie spelen en deelnemen aan diverse toernooien en districtskampioenschappen.

Het aantal senioren blijft rond de dertig schommelen, al is er een groot verloop. Van de top blijven er veel, waardoor het eerste team jarenlang in de top van de tweede klaasse meedraait. In 1977 wordt op een half bordpuntje de promotie gemist. De soep voor het overwinningsdiner stond al te pruttelen...

Het seizoen er op komt DSc dan eindelijk met het kampioenschap in de eerste klasse Brabant terecht. Een tweede team is er ook steeds, het aantal spelers is voldoende om altijd met de volle bezetting aan te kunnen treden.

En nog is het niet genoeg. Op 29 september 1976 komt oud-wereldkampioen Max Euwe ba 27 jaar weer naar Dongen. Bij deze gelegenheid wordt hem het erelidmaatschap aangeboden, wat Euwe van DSC als een van de weinige verenigingen accepteert !

In 1977 en 1978 zijn er heuse schaakweekends, met de IDEENS-schaaknachten, met een dagtoernooi en een jeugdkamp tegen Oosterhout. Dit soort activiteiten is natuurlijk alleen mogelijk geworden met de hulp van familie vanEmmerik.

Dat Jan Timman in 1979 voor het 55-jarig jubileum kan worden uitgenodigd is gezien het bovenstaande geen verassing.

Waarna remise werd aangeboden en geaccepteerd.