Toon/Verberg

Welkom bij de Dongense Schaakclub. Hoewel het bij schaken draait om winst of verlies, gaat het bij onze vereniging om meer dan die ene geniale zet die de partij redde, of om die prachtige combinatie die de tegenstander volledig in de war bracht. Bij ons staat gezelligheid hoog in het vaandel! Daarom kunt u bij ons iedere week op vrijdagavond terecht voor een leuke pot schaak om daarna gezellig met andere leden na te keuvelen over die prachtige tussenzet of die éne blunder die u over het hoofd had gezien. Wilt u meer informatie neem dan gerust contact op of loop een keer binnen op vrijdagavond.

Ivo de Ligt, voorzitter DSC

Dit jubileumboek wordt geschreven naar aanleiding van dat Jeroen van Gool in het jaar 2022 in 33 jaar tijd 1000 partijen correspondentieschaak gespeeld zal hebben. Jeroen heeft tijdens deze periode al heel wat beleefd, wat hij in het bordschaak, maar ook in elke andere tak van sport nooit zou kunnen beleven. Maar om tot zo'n correspondentieschaker te komen moet je toch wel een beetje affiniteit hebben met schaak. Je kunt niet zomaar een sterk schaakprogramma aanschaffen en bij jezelf denken: ,,En nu ga ik eens effe Nederlands kampioen correspondentieschaak worden!" Laat staan wereldkampioen. Vandaar, we gaan eerst even toelichten hoe Jeroen aan het correspondentieschaken is gekomen, maar om te beginnen ook hoe hij aan schaken in het algemeen is gekomen.

In 1973 word Jeroen als 11-jarig jongetje uitgenodigd door zijn vriendje Antoon Laros om bij de jeugd van Schaakmat in Kaatsheuvel te komen spelen. Een ander jeugdlid Henk v/d Velden had een regelement uitgetypt hoe het schaak gespeeld moet worden. Jeugdleider en wedstrijdleider was de wel bekende Fred Klerks. Jeroen herinnert uit die tijd nog de namen: Kees Fiora, Frans Fiora, Henrico Fiora, Johan Schonis en Martijn Schonis, maar ook enkele anderen. Maar die Antoon Laros, wat was dat nou voor een vriendje?! Hij ging zoveel mogelijk jongens grinnikend wijs maken, als je tegen Jeroen van Gool speelt moet je het herdersmatje proberen.

En inderdaad, Jeroen wist niet hoe hij zich correct moest verdedigen tegen het herdersmatje. Hij herinnert zich nog dat hij met zwart enkele keren 1.e4 e5 2.Dh5 Pf6 speelde, of nog erger 1.e4 e5 2.Dh5 g6 en zeg maar daag tegen het Torentje op h8. Jeroen ging zijn partijen niet zitten bestuderen na thuiskomst van de schaakclub zoals hij dat nu wel doet. Antoon en Jeroen waren beiden helemaal weg van voetbal en gingen daarom thuis liever voetbalspelletjes zitten spelen. Ze hadden misschien beter partijtjes schaak kunnen spelen, maar het waren eigenlijk nog kinderen, en ze namen niet zo makkelijk de juiste beslissingen.

Wel wist Jeroen het Cor Pullens geweldig moeilijk te maken, zoals hij jaren later regelmatig sterke tegenstanders het moeilijk weet te maken. Namelijk Cor Pullens was de sterkste jeugdspeler van Schaakmat en ging later bij sv. Waalwijk spelen en speelde zich daar naar een Elo 2000+. Maar je hebt er eigenlijk niets aan als je tegen sterke tegenstanders sterker speelt dan tegen anderen en je weet het dan nog niet af te maken. Jammer genoeg kregen Antoon en Jeroen als kinderen in de zomer van 1974 problemen met elkaar over voetbal en daarna mochten ze van beide moeders niet meer met elkaar omgaan, beide moeders waren beste vriendinnen met elkaar en bleven dus wel met elkaar omgaan. Maar Jeroen zelf had er toch al schoon genoeg van en wilde dat vriendje helemaal niet meer zien, en om te voorkomen dat Jeroen hem bij het jeugdschaken toch tegen zou komen stopte hij bij Schaakmat.

Dat was heel erg jammer, want daarna ging Jeroen van de basischool naar de MAVO en al heel snel bleek dat Jeroen een knobbel had voor wiskunde. Ook natuur- en scheikunde waren zijn beste vakken en topografie bij aardrijkskunde. Op de basisschool was hoofdrekenen ook al zijn beste vak. Op ouderavonden kreeg zijn moeder altijd te horen dat Jeroen een groot voorstellingsvermogen had, maar zich ook veel teruggetrokken en verlegen opstelde. Jaren later zou dat helemaal veranderen....................! Toch bleef Jeroen zich voor schaak interesseren, ook al was hij veel fanatieker in voetballen. Hij speelde regelmatig schaak tegen zijn 3 jaar jongere broertje Walter, maar ook tegen zijn neefjes Wout en Stan Schellekens. Jeroen kocht ook een schaakboekje bij boekhandel Van Gils in Kaatsheuvel (zie afbeelding). Jeroen speelde regelmatig een partij na uit dat boekje en vond de combinatie's die de grote schaakmeesters speelden prachtig, maar hij snapte er nog niets van hoe dat die mannen de combinatie's allemaal zagen. Dat schaakboekje en een klein magnetisch schaakbordje gingen altijd mee op vakantie met zijn tante Annie en oom Jos uit Dongen om in de reisbus of het vliegtuig te gaan zitten lezen en schaken.

volgende keer meer

Met schaakgroet, Jeroen

Toon/Verberg